|
Week 18
de geur van verse
seringen
vluchtig maar heel verleidelijk
strelen je diepste gedachten
ook als de liefde je pijn doet
intiem schommelend op de golven
roerloos naar de meerpaal drijvend
Week 17
de gek zoekt een
vorm
tussen grillige kronkels
de schrijver naar goud
in een wirwar van letters
geluk daalt als perverse schoonheid
uitdagend, trede voor trede, de trap af
gehuld in een jurk van gesponnen licht
jouw kussen doen de tijd verstillen
opwinding onder gestreken satijn
zuigend en likkend de tijd vergetend
opwinding zonder passend sleuteltje
Week 16
geen zee maar water
sneeuweieren in zeepbellen
een stijve fallus in winterpracht
zacht beroerde ik je lippen
je lichaamstemperatuur steeg
een graad van opwinding
Week 15
Ik zwerf door een
wereld
die we droom noemen
het wordt weer lente maar ik zie
het jonge groen niet ontluiken
ik huil zonder tranen op zonnige dagen
zonder die vertrouwde schouder
de liefde, ze doet me ontiegelijk pijn
en waar is die verdomde engel?
ik zoek adem in de kou, jou?
alleen ben ik, maar niet mezelf
geluk het is de sluier die met veel
precisie over ongeluk gedrapeerd is
een voile tegen te intieme inkijk
Week 14
geheime gangen, deuren waarvan
de sleutels helaas ontbreken
je strijdt tegen de voortgang van de tijd
een kwetsbare naakte opstelling
aangeklede ideeën, lust en kaalslag
rigoureus de liefde aanvaardend
balancerend op de grens van het alledaagse
Week 13
chocolade, gestold verlangen
smeltende hartstocht in de
late warme namiddagzon
die transpiratie vocht als
doorzichtige zoute parels
op je huid laat glinsteren
als toegift van tijdloze uren
Week 12
de
zomer kruipt tergend langzaam in de bomen
terwijl de winter in haar vers gedolven graf kruipt
sfeerverhogend is de mist, ontembaar de begeerte
als chocolade, die langzaam smeltend van verlangen
je nog bleke hand kleurt in een warme omhelzing
Week 11
vragen zijn antwoorden zonder kleren
zacht gefluister bij de koffieautomaat
over warme handgevormde borsten
stiekem voetjevrijen in de volle tram
doe eens iets wat je eigenlijk niet durft
de kans op wraak is als zout op zoet
met in je brein een wollig Russisch konijn
is er altijd een verlangen om op te knagen
Week 10
vraagtekens stram opgesteld in slagorde
of als een kluwen woest ineengedraaid
leestekens verpakt in rode doordrukstrip
ten delen overwoekerd met liefdes tranen
expliciet spelend met de beperkingen van lust
waarbij een vertederende streel sessie heelt
altijd op zoek naar het begin van een oplossing
traag cirkelend rond de kern van het bestaan
als kunst verweven in ons mistige geheugen
Week 9
het licht onthecht de duisternis
intieme zoenen gaan over in lucht
wind komt van ver over het water
rakelings scheert ze over het duin
gehurkt baart de zee haar golven
op het nog koude Noordzee strand
het oude speelgoed komt uit de kast
de voorstelling krijgt een nieuw begin
Week 8
voor heel even ligt de wind vastgespijkerd
lief, zonder je aanwezigheid kan ik niet slapen
gedroogd traanvocht kleeft als zand op mijn wang
verkreukelde lakens als bewijs aan het voeteneind
als beproeving klim ik langs het touw vol knopen
en koester de dagen in plaats ze te verscheuren
vluchtig is de tijd, ongrijpbaar het zoete verlangen
Week 7
de golven , ze
kruipen zuchtend aan land
rollen over
elkaar als ravottende kinderen
vloeien ineen en
verzuipen in een woordenloos spel
wat overblijft
is vochtig zand en een blos op je wangen
Week 6
zoekend door anonieme leegtes
sleur, een mistig roofdier op jacht
soms stel ik talloze vragen aan mezelf
de tijd, ze ging verrekte langzaam
maar was toch veel te snel voorbij
probeer eens opwinding te creëren
hul je eens in andermans kleren
voor een dag iemand anders zijn
schijn maakt het leven verrassend
de
man in het Perzische theehuis
keek naar de vrouwen op het dak
hun romige huid was even zichtbaar
door de bries van een brutaal windje
een knipoog van het noorderlicht
schoonheid, een perpetuum mobile
gemaakt van roze lotus blaadjes
ze bewegen traag op zwoel gefluister
mantra's oplossend in zachte wolken
eindeloos ronddraaiende gedachten
geven geen verzachting aan hartenpijn
eerst moet je aan jezelf vragen stellen
om een duidelijk antwoord te krijgen
na wilde jaren, vol gestolen uren blijft
zelfvertrouwen de beste schoonheidscrème
wees breekbaar als frivool eierporselein
trek de lakens over onze hoofden, als spoken
drijven we stil op de golven van de nacht
Week 5
rillerig eenzaam en koud
donkere glans, koele lakens
een weemoedige knipoog
van de maan door het raam
warmte gezocht tegen hitte
ijsbloemen versieren de ruit
handen, jouw handen, zoeken
in deze gestolen pikzwarte nacht
waarin je glimt als Indiaas zilver
je weet wie overdag braaf is
krijgt vannacht de kat in bed
dat willen we toch allemaal
warm dromen tot de morgen
even geen baas zijn over je
eigen gedachten patronen
Nationale gedichtendag
zwijnen zijn het, zwijnen
die varkens op de hei
knorrend parels zoekend
wroetend in het tere mos
hun voetjes zijn als hakjes
haar oogjes kijken blij
het zijn echt geile sletten
die meisjes van het bos
de beer is oppermachtig
springt bronstig in het rond
met zijn vette ronde hammen
schuurt hij aan de stammen
en snuffelt ondertussen
bij de meisjes aan de kont
zwijnen zijn het, zwijnen
die varkens op de hei
zoekend naar grote eikels
de modder maakt hen blij
vertel me lieve lezer
is dit nu zwijnerij?
Week 4
nat zingt ze doucheliedjes
over een onbekende minnaar
luid galmt het van tegel tot tegel
teruggetrokken even in haarzelf
ben je een verlangend zinnemens
waar prikkels de loop veranderen
verliefd dansen wordt een vrije val
de parachute ontbreekt nu eenmaal
minuten moeten soms uren zijn
dagen, nachten en verdriet, lust
een rode draad trekt zijn spoor
via kruissteek naar Hästing
ben je zelf schuldig aan je lot?
de loslippigheid van je sieraad
wat verborgen maar zichtbaar is
gelukzalige unieke momenten
Week 3
zachtjes streel ik met mijn tong je oorlel
liefste, zo dicht bij jou kan ik niet slapen
dus mijn verlangde dromen niet dromen
starend naar het hoge plafond ontdek ik
een Schoonhoven in de witte kalkstruktuur
een zoute prikkel voor een nieuw begin
mezelf afpellend als een ui, rok na rok
zie ik geen wolken in de duistere nacht
tijd verglijdt traag tussen de warme veren
craquelé, spelonken voor archeologen
bladderen af als de morgen verschijnt
de dagelijkse vergankelijkheid ontroert
geen enkele illusie blijft eeuwig houdbaar
Week 2
zout kleeft in je verwarde haren
branderig prikkelt peper op je tong
grof schuurpapier raspt je huid
fluweel zeilt zacht tegen de vleug
land dat braak ligt vernieuwt zich
de geschiedenis speelt een golvend
spel van filosoferen en marcheren
stoer, naakt in een glazen lichaam
drijft Eros weg op zijn houten vlot
vogels cirkelen traag hun rondjes
vingerafdrukken, ze spoelen wegf
larden blijven aan de tijd hangen
Week 1
ja, het waren verdomd mooie uren
samen hadden we er voor gekozen
tijd gestolen van de stapel, we hadden
er geen toestemming voor gevraagd
dinsdagmiddag om tien over half drie
een tijd die voortleeft in je verbeelding
weet dat ook schoonheid voorbij gaat
die verrimpelde oude dametjes waren
ook ooit jong met verlangens naar meer
liefste, ga op het puntje van je stoel zitten
en luister, ik meen wat ik zeg: ik heb je lief
want het is pas erg als je alleen wakker wordt
en beseft dat die uren niet hebben bestaan
je lacht nu uitdagend als Lady Chatterley
met veel te natte lippen en meteen wist je
dat intimiteit bijdraagt aan verstild geluk
Week 53
pas dan, als het elastiek knapt
en de piramides verpulverd zijn
tot woestijnzand, sluit ik mijn ogen
en droom over mijn zoektocht op
de zolder naar jeugd herinneringen
die verdwenen zijn onder het stof,
bij het afblazen danst het in het helle
licht dat door het dakraam priemt
terwijl Schöberg in zijn Gurrelieder
vertolking magistraal de zonsopgang
laat horen, die als ze aanzwellend
boven de horizon verschijnt, met een
overweldigende climax alle duisternis
op deze wrede wereld laat verbleken
want weet dat alleen de dood zich niet
voor het bekende karretje laat spannen
Week 52
ik krijg het heerlijk warm van de winter
ijssplinters die pijnloos in mijn hart prikken
smelten bij het strelen van verse sneeuw
struinend over de begraafplaats geniet ik van
een oorverdovende stilte die ruimte creëert
voor even verstomt het tikken van de tijd
de vorst regeert hier maagdelijk tijdloos
en vriest lachend de verse boeketten in
een koud gat in de grond wacht geduldig
onderwijl snaaien kraaien de verse bloemen
verdoofd word ik door de winterse pracht
een mix van morfine met groene grenadine
Week 51
eindeloos is het afgerolde verlanglijstje
afspraken die elkaar zwijgend verdringen
de kou kruipt traag gestaag op het lage land
het dun bevroren water vereist lange slagen
visionairs die geduldig hun kans afwachten
de muze, ze ligt stil te wachten op creativiteit
in alle naaktheid wacht ze op wat er komen gaat
een requiem in de stilte van een diepe zeezucht
schoonheid markeert de laatste donkere dagen
Week 50
het regent vette druppels in de stadsfontein
traag vallen ze in onvoorspelbare patronen
bekleed met de bronzige geur van willekeur
in het diep oranje schijnsel van soepel licht
spiegelen ze voor ieder beeld een tegenbeeld
ze tekenen cirkels op het gladde oppervlak
genadeloos lopen ze gracieus in elkaar over
weer terug op aarde begeer ik je obsessief
met gedachten die ik in je droomoor fluister
als je naakt en eenzaam in je kingsize bed ligt
Week 49
te
vaak veroorzaakt een creatieve kortsluiting
een niets ontziende modderig grauwe lelijkheid
scheve verhoudingen onttakelen het evenwicht
een onuitwisbare indruk als emotieloos voorspel
wild dendert de ochtendolifant stampend op
drie poten door de letters van je lieve woordjes
echt schat, dit helgele chiffon jurkje is veel te dun
voor de winter met zijn ontwarmende guurheid
je kan maar beter even wachten tot de hardgele
Taraxacum Officinale in de grasgroene weide
weer in bloei staat en er zich bessen vormen
aan de weelderig bloeiende Sambucus Nigra
pas dan wordt de natte dromer wakker in een
eenzijdig beslapen bed van datumloze dagen
Week 48
je
bent als een eenzaam paardje in de wei
dat hinnikend hunkert naar aandacht en liefde
met witte voetjes in de nog natte morgendauw
draaf je door het duistere domein van Elektra
schrijven is therapeutisch woorden zoeken
om schaamteloos gedachten in te vullen
die vooroordelen genadeloos bloot leggen
in een onontwarbaar web vol bittere tragedies
dit schemergebied tussen lyriek en loyaliteit
belicht het verschil tussen onderbroek en string
en bedekken de onzichtbare onvolkomenheden
laat de jonge god bij kaarslicht in je nek hijgen
Week 47
ik
droomde van rode tulpen
zoet als amandelmarsepein
van zachte wollen wanten
op de kapstok in de gang
van duizend rode lippen
vet gedrukt op het behang
ik
zag mezelf weerspiegeld
naakt in het donkere serreglas
verwonderd bestudeerde ik
de man die ik daar zag staan
kwetsbaar in het bleke winterlicht
ontdaan van kleur en camouflage
breekbaar maar vol levenslust
Week 46
zwanen dansen vanavond hun eigen ballet
op de jazzy stem van Roberta Cambarini
ik hang intens lui als Oblomov op de sofa
vertel mij eens, wat ga jij vanavond doen?
zoeken naar het toeval of braakballen uitpluizen?
let op, gekke vrouwen zijn hot vandaag de dag
ze spinnen als dromerige aanhalige poezen
wassen ondertussen hun snorharen en vertrekken
de lezer wordt bondgenoot van de schrijver
hij schrijft, overspel is als schaatsen op te dun ijs
al bij de eerste slagen verschijnen er barsten
snelheid is geboden als je niet wilt verzuipen
Week 45
weerbarstige schoonheid kruipt
schuchter uit woorden die liefhebben
warm en zacht als poezenwangen
strelen ze je geblindeerde oren
intieme kostbaarheden opgeborgen
in de diepste krochten van je innerlijk
sopranen zingen engelen aria's
rond het beeld van de reuze fallus
geluiden weerkaatsen tegen het glas
met woorden die fluisterend liefhebben
zacht als de wangen van een krolse kater
leerschool voor intimiteit en genot
Week 44
eenzaam dolend loop je over de vuilnisbelt
van de door jou bijna vergeten herinneringen
diep wroet je in de warrige geheugen kronkels
terwijl de waarheid geplet onder de mat ligt
verlangen laat je zoeken op de verkeerde plaats
het stuitend bewijs van je bestaan ruikt goor
schoongewassen fixeer je jezelf op morgen
alleen je verdovingspillen slikken helpt niet echt
het tijdsbeeld wordt tijdsdruk, bepalend voorwerp
onvoltooid verleden tijd rukt aan je jaspanden
is jouw leven een soort vooraf bedacht complot?
waarin je tegenspeler vermomd is als jezelf
de speelplaats van de liefde zit verborgen achter
het pluche, zet de knop even om en geniet van
de climax die rust geeft en meer drijfvermogen
het is je eigen computer die voortdurend crasht
Week 43
roest kringelt traag om het spiraal
piepende geluiden verlaten het bed
als was het een sculptuur van Tinguely
orde en chaos, bonkend en knarsend
imposante maar vertrouwde geluiden
weet, beminnen is ook een zoektocht
langs paden met de geur van lust
klauterend en zwikkend over grote keien
waar het beeld al in verborgen zit
zalige zo'n speurtocht naar intens geluk
zoekend naar dat vertrouwde gevoel
val ik licht snurkend naast je in slaap
mijn hand nog verdwaald op je buik
met gedachten die dromen ontvouwen
door knopen uit de verwarring te halen
Week 42
ik
zag je in de "blauwe olifant"
waar tongen gretig aan elkaar voelen
licht was daarbij een schaars goed
en de schrale lucht rook te vertrouwd
vrouwen zichtbaar plaatselijk verbouwd
lust en verlangen zoeken daar hun weg
maar de nooduitgang is er versperd
geringde handen die tragisch verdwalen
met krukken die gewillig als steun dienen
liefste, was je ook zoekgeraakt die nacht?
bij die eenzame halte zonder aansluiting
we luisteren zwijgend naar alle geluiden
waaruit geen verhaal valt samen te stellen
prikkelend als rook op je traanklieren
onderga je de nacht traag als in een roes
waarin tongen elkaar zacht blijven strelen
en je de duistere kant van het licht ontdek
op het trage ritme van een innemende blues
Week 41
levenslust duwt je ruw vol energie
zorg dat je genoeg krijgt toegekust !
kom drink, speel, lach, eet, vrij en leef !
voel, streel, ga er eens helemaal voor
geniet intens van die donkere huid
bewonder de ander, trek je kleren uit
zij zal zwijgend het voorbeeld volgen
lach schaterend om wat de mensen denken
voel van binnen de veenbrand woekeren,
oude soetra's zij geven de leringen door
soetra's oude verzen met nieuwe woorden
ze stralen rust uit en een diep verlangen
de opnieuw verkregen ruimte geeft inzichten
verwonder je over het panoramische uitzicht
soms wordt je plots overvallen door
een eenzaam gevoel van overmacht
waad je sloom als door een rivier van stroop
swingt het niet meer in je, muziek verstomt
kom, wieg me zachtjes, kus me traag
draag de natte morgendauw op je wimpers
fijne penseelstreken tekenen de details
je onontdekte schoonheid ontroerd me
begaafd manipuleer je de werkelijkheid
op zoek naar diep in jezelf geworteld geluk
de bezwangerde stilte zit verborgen in jezelf
soetra's zij geven de oude leringen door
langs de vloedlijn zuigen voetstappen
patronen in het geëgaliseerde zand
aangespoeld wier gewikkeld om afval
was eens de speelbal van de golven
ruw op het strand geworpen, uitgespeeld
de horizon kantelt tegen de dageraad
Ik
weet nog goed hoe het daarna voelde
die laatste schokken doortrokken het lijf
kronkelend genieten van een zalige pijn
altijd onvoorspelbaar, dat is zeker waar
goed te verdragen want we vallen in slaap
de dagen lopen traag langs ons heen
ik maak nog maar amper dingen klaar
Week 40
kijk de laatste vlinders likken
fladderend de laatbloeiers uit
de eerste herfstdag rukt wild
het gebronsde blad van de takken
het hoge gras kleurt lichtgeel
je roze bikini wappert voor
de laatste keer aan de waslijn
en verdwijnt achter in de kast
je huid schilfert en wordt bleek
de rode lippenstift donkerder
witte string wordt zwarte sloggie
en je onthaarde benen verdwijnen
achter donkere voetloze panty's
de
nieuwe gezelligheid komt
met het krimpen van de dagen
avonds doen flikkerende theelichtjes
je smelten als heerlijk zelfgemaakt
vanille-ijs met walnoten en honing
op een hete zomerse namiddag
Week 39
hemeltje lief, lieve hemel
zoekend naar lust overwint jouw
lichaam moeiteloos de schaamte
de wierook kringelt recht omhoog
op de laatste zomerse namiddag
er is niets in onze geest wat
niet eerst in onze zintuigen zat
jij neem mij liefkozend in je
strelend neem je mij
mij, mij, mij
jij
ik kan echt niet beschrijven
wat jouw geur doet in mijn neus
verslavend prikkelt ze de weke
delen onder mijn hersenpan
ik zie je terug na zo veel jaren
je geurt naar warme ochtendregen
heerlijk, maar jouw echte geur
beschrijven dat kan ik werkelijk niet
hemeltje lief, lieve hemel
je neemt me met je groene ogen
ik smelt als de schaduw voor het licht
geen spoor van gêne of bedeesdheid
vol vuur speel je het liefdesspel
jouw geur roept associaties op van
verstrengeling, muskus en specerijen
zucht diep en neem mij in je op
neem mij
mij
ij
Week 38
een rode verfstreep wordt een glimlach
ritmisch zweeft mijn penseel over het doek
als een intiem gedanste broeierige Bolero
in een klein donker lokaal met live muziek
de slecht verlichte steeg ruikt maar pis
eindeloos duurt onze kus in het donker
high heals in het vurigste rood omhelzen me
ik bid dat de tijd voor altijd stil blijft staan
helaas gebeden worden nooit verhoord
het vernis droogt op en wordt tot craquelé
het verguldsel springt van de gouden lijst
de witte kalk vermoordt de ontstane illusie
de stapel oude liefdesbrieven vergeelt
alleen de lipstick behoudt uitdagend zijn kleur
Week 37
er
groeit lavendel onder het geopende raam
hun houdbaarheidsdatum zal spoedig verlopen
de hardwerkende bijen hoor ik zacht zoemen
op zoek naar honing uit de allerlaatste bloemen
in de al bijna uitgebloeide paarse kuiflavendel
de
olijfolie die je zachtjes op je door de zomerzon
geteisterde huid wrijft doet ogenblikkelijk zijn werk
de natte herfst lonkt je met een frivole vette knipoog
haar koele schoonheid moet je niet onderschatten
het avondlicht trekt al weer lange schaduwen
zoals bij Alberto Ciacometti's verstilde figuren
tussen de schaduwen cirkelt een zwoele wind
waar ons gemeenschappelijke voorspel begint
de
sappige woorden, ze liggen zwaar op de maag
schaamteloosheid die overgaat in openhartigheid
C' est la vie", geniet ook van de uitgebloeide lavendel
bedenk dat ook goud verstopt is in een ruwe steen
begin met polijsten in de donkere winteravonden
Week 36
een vastloper, zand in de machine
olie maakt het alleen maar erger
een zonloze hapering in de woestijn
zandstorm op een ongelukkig moment
tegenwind, de woeste zee schuimt
ze prikt met naalden in je gedachten
evenals het fijne zand dat je straalt
cool verzet je één voor één je bakens
zand kruipt in je liezen, een rilling volgt
voetstappen krijgen een nieuwe klank
stof krijgt geen kans meer, rag verwaait
schoonmaken en de boel opnieuw oliën
de zandzuiger doet roggelend zijn werk
het stalen dek bibbert onder het ritme
eindelijk ben ik er helemaal klaar mee
opgelucht haal ik ontzettend diep adem
ik
strijk door de zachte haartjes op mijn ballen
veeg behoedzaam de laatste zandkorrels uit je liezen
duw mezelf tergend langzaam op in verticale positie
hand in hand lopen we traag richting paal 33
Week 35
het doek leeg, het penseel nog droog
bespied poseren is intiemer dan seks
het voelt als zwemmen in zoet zeewater
je kleren wapperen frivool in de wind
beginners dansles voor onderbroeken
pantalons ze vechten om een plaatsje
pijpen, ze omarmen elkaar als geliefden
strak staan de lijnen tussen de palen
niet erkende kinetische kunst in optima forma
wind draaiend zuid - zuidwest windkracht vijf
een geliefd spel van lichtheid en zwaarte
golvend en schoon drogend in de zomerzon
Week 34
ze
trok diep aan haar sigaartje
rook kringelde naar het plafond
* panta rhei, oeden menei
zeiden de oude Grieken al
water wurmt zich een voorspelbare
weg vooruit, steeds bergafwaarts
tussen de vitrage door ziet ze
de auto's geluidloos voorbijrijden
het driedubbele glas dempt elk geluid
voor even gevangen in haar eigen geest
het is tenminste mooi weer denkt ze
haar mondhoeken krullen op, vroeger
reed ze op de achterbank naar haar werk
overal lonkt verleiding, elke afslag
een verrassing, sigaren rook is als mist
gedichten zijn sprekende schilderijen
onbegrijpelijk dat het verstand groeit
terwijl onze hersenen langzaam krimpen
*
alles stroomt, niets blijft
Week 33
als een dwalende blinde
volg ik de stoeprand
ik ben de weg even kwijt
uitritten stug negerend
blind door verliefdheid
kramp in mijn buik
een staalblauwe lucht
roze wolken in mijn hoofd
vertrapte rode rozen
ik ruim ze zelf wel op
mijn stok tikt aarzelend verder
traag zoek ik mijn weg terug
Week 32
witte donzige veertjes gevlochten
als een Romeinse lauwerkrans
bedekken je gebronsde buik
verder niets, alleen stilte om je heen
vaag in de verte een droeve horizon
met bomen die ruisen als verdriet
vuurrode klaprozen omlijsten het
veld in volle bloei staand koolzaad
met in de verte de beat van heipalen
stilletjes onder het hek door grazen
blijft altijd een spannende bezigheid
hoog in de lucht schittert een vliegtuig
een perfecte naam voor zo'n ding
zonder enig geluid trekt het rechte
spierwitte strepen in de blauwe lucht
verre "reizigers" kunnen niet zonder
even geen opgefokte mobiele telefoon
deuntjes meer om me heen als spaghetti
verward gedraaid om een zilveren lepel
of voorbij vliegende sporters die via
een draadje tegen zichzelf lopen te praten
de ontreddering wordt ingetoomd door kalmte
heerlijk zo'n plekje vol zachte eenzaamheid
zoiets noem ik van geluk gesproken
Week 31
bij een kus strelen lippen lippen
of proeven van een ander stukje huid
niet het gedrag van een goudvis op het droge
moeizaam lucht happend naast je oren
dat noem ik geen kussen maar een gebaar
een kus bij begroeting of als afscheid
vrienden kus je warm, vol genegenheid
bij vrienden doe je dat zonder nadenken
je omhelst ze stevig zonder te bewegen
voelt elkaars hart intiem rustig kloppen
een vriendschappelijke kus op je lippen
koester je vrienden, aanvaard hun gebreken
zelf zal je ook niet bepaald volmaakt zijn
streel elkaar als teken van "ik vind je lief"
kus elkaar warm in het bijzijn van iedereen
jouw lippen raken de mijne, mijn lippen de jouwe
we kussen elkaar bij begroeting en afscheid
de
kus is een intieme uiting van vertrouwen
als een zachte strelende aai, het voelt goed
bij lieve vrienden waar je altijd bij terecht kan
een welgemeende kus voor al die mooie mensen
ze maken je dag en verlichten je nacht
Week 30
als wij in bed liggen, lakens tot ons middel
bladerend naar waar we gebleven zijn
het hoofdstuk van onze dromen is nog maar
net begonnen, was al het voorgaande introductie?
denken we dat het voorgaande voorspel was?
te
veel denken maakt jezelf ongelukkig, hoewel
denken over denken is per definitie onbegrensd is
klein denken mijn lief is denken aan jou, groot dus
als ik aan jou denk mijn lief ben ik zo klein
als we zijn wat we denken, denken we kleur
denk jij ook altijd in rood de kleur van de liefde
van licht tot donker rood van warm tot kokend heet
de zee kleurt rood de bomen en de wolken
heel klein word ik bij het denken aan jou
denken met kronkels of heel strak en rechtlijnig
vaak met passie soms met een brede invalshoek
vul de ontstane leegte in met kriebelend rood
blijf denken aan oeverloos geluk en omarm me lief
troost en de pittige geur van koffie omhullen ons
Week 29
ik krijg altijd dat
wauw!! gevoel
bij het zien van een zomerjurk
of te wel "een schoon kleedje"
een van de mooiste kledingstukken
die een vrouw kan (ver)omhullen
met flirtende bewegingen vol frivoliteit
even zachtjes voelen aan de stof
die zich vult met een warm lichaam
je blik laten afdwalen naar haar hakken
die het droom plaatje completeren
romantiek vloeit over in erotiek
dunne stoffen verhullen de benen
en accentueren het hele lichaam
kleurrijk, lang of kort, strak of los
coupenaden volgen elke beweging
jurken ze maken mij van de wijs
ze verhullen haar naaktheid maar
geven ook de schoonheid prijs
ik hou van billen, heupen, buiken
het is een spel van hol en bol
ying yang evenwicht in optimaforma
je weet nooit hoe het zal aflopen
de wind speelt zijn eigen opwindende
spel, een soort diefje met verlos
met een dergelijk diep rugdecolleté
bijna tot haar billen, duizelingwekkend
een schitterende verpakking vol dramatiek
zodra ze neervlijt in het gras of fietst
tegen de wind lijkt het een wapperend zeil
van een jol die woest overstag gaat
ik geniet er van om haar lichtmatroos te zijn
een jurk, even boeiend als het leven zelf
Week 28
verwarrend is het labyrint
van liefde en begeerte het
dompelt mij onder in chaos
maar het kan twee mensen
ook gigantisch blij maken
lust loopt onzichtbaar over
in liefde, liefde stuwt lust
begeerte krijgt de overhand
onbedwingbaar brengt het
tomeloze gevoelens naar boven
vrouwen, ze maken zich op
zijn jullie niet mooi genoeg?
jullie proberen mij te verwarren
doen jullie het om te verleiden?
maar als ik daar gretig op in ga
wijzen jullie mij resoluut af
ik zal verzuipen in jullie chaos
denk na over jullie verleiding
maar verdwaal in het labyrint
met mijn ogen stijf dicht sluit
ik vrede met jullie warme liefde
eindeloos geniet ik van jullie lust
kus me op mijn gretige lippen
woel door de krullen in mijn haar
verbaas me met jullie lichaam
draag woorden voor op jullie tong
het cryptogram van de prille liefde
elke man verdwaalt in dat labyrint
jullie spelen met verslaafde zielen
toch hou ik van jullie gevaarlijke spel
verwarrend is het verboden labyrint
het gevaarlijke spel van begeerte
de liefde dompelt mij onder in chaos
Week 27
het is herfstachtig deze week
vanuit mijn raam zie ik meeuwen
ze hangen bijna stil tegen de wind
soms scheren ze lager als het raam
dan zijn ze anders, ik zie de bovenkant
hun kraalogen peilen de omgeving
de vaal witte rug, vleugels wijd gespreid,
grote kromme snavel, ze zijn imposant
in de verte spelen soortgenoten in
de herfststorm, de regen deert hun niet
ze landen geregeld op de nokpannen
van de huizen langs het grauwe water
waarop ze witte sporen achter laten
toch geniet ik van de meeuwen als ze
bijna stil tegen de wind in hangen, spelend
in de donker grauwe zomerse stormlucht
in de verte tekent zich de maasvlakte af
de kranen van ECT draaien dag en nacht
windmolens proppen hun groene stroom
door de kabels, zomerstorm energie
Week 26
het zand nestelt zich tussen mijn tenen
ik hoor het geklapper van de vlaggen bij
de strandtenten als ik langs de vloedlijn loop
het ritme van de overslaande golven
krijgt iets rustgevend tegen de donkere lucht
witte schuimkoppen spoelen wrakhout en
terloops weggegooid consumptieafval
terug op de plaats waar het vandaan komt
ik voel je koude hand tastend in de mijne
we lopen zonder doel krom tegen de wind
gedachten vervlechten zich tot een geheel
een duinpan biedt bescherming tegen
het zandstralen van onze gebronsde huid
handen die tasten, lippen die elkaar vinden
twee Remie's
in
een zomerse storm
Week 25
zweven, even lichter zijn dan lucht
zwelgen in dierbare herinneringen
zwijgend de toekomst tegemoet
waarom ben ik niet mijn zusje?
of mijn broer die door het leven waait
smachtend met de ogen proeven
kansloos likkend aan het kortste eind
een lusje leggen in de rozenkrans
om daarna verbaasd te knipperen
tegen jouw allerliefste glimlach
kom sla je arm om me heen en geniet
Week 18
het voelt als duiken in te ondiep water
verdoofd probeer ik helder te denken
tranen, troebel van snijdend verdriet
drijven zout in net herstelde wonden
op zolder staat een koffer vol excuus
tussen de ongebruikte noodgevallen
zelfs de zon is koel sinds je weg bent
het is als een feest zonder vrienden
vanaf dat de deur dichtsloeg mis ik je
kom bij me terug, ik kan het niet alleen
Week 17
ik
kijk naar het opwaaiende rokje van de fietsster
tegenligster op mijn pad, een seconde van verrukking
ik adem in, ik adem uit, denk wit is altijd schoon
gespannen snaren geleiden opkomende trillingen
ijl is de lucht, inademen, uitademen, eindigen op de berg
onderkoelde sappen, ze stromen nog niet snel genoeg
het ritme is nog te traag, voel de zachtjes oplopende hartslag
wanhopig gravend ben ik op zoek naar de juiste toon
gedachten op zich zijn niet erg, als je ze maar weer loslaat
misschien is niet meer inademen verlichting, misschien?
meditatie die oproept tot bezinning, ik volg zwijgzaam de pijlen
Week 16
wie los laat leidt de karavaan
voelbaar ervaar je de extase
als het klaphek achter je dicht valt
vlinders gaan voelbaar aan de slag
ervaar hamertje tik zonder geluid
wees breekbaar als geblazen glas
je voelt je even spaarlamp indraaier
los, vast, splitst de fint de delen
knieën wijd uiteen gespreid toveren
een glimlach onder je snelbinder
de uitdagende voelsprieten opstekend
trap je goedgemutst tegenliggers door
je gedroomde landschap tegemoet
Cupido valt weer eens in de prijzen
met langgerekte nekken knabbelen
de giraffen aan de groenste blaadjes
de natuur timmert fors aan de weg
zet a.u.b. geen hek om de besanjelier
overleven verheffen ze blozend tot kunst
zout water zet geen zoden aan de wallen
bewaak je gedachten vol overmoed
doe onverwacht iets onverwachts
Week 15
in
de morgen volop genieten van het
frivole spel van opkomende nevels
terwijl je s'-middags verdwaalt in
een steeds dikker wordende mist
een onzichtbare niet tegen te houden
traagheid sluipt stil bij je naar binnen
bewust probeer je de onzekerheid te
verbergen met ontkennende gebaren
je mist de afslag op een cruciaal punt
kleine hobbels worden enorme bergen
je vergeet de eenvoudigste handelingen
iedereen heeft het gedaan behalve jij
het spook van dementie krijgt ons in zijn
macht we zijn als verdwaalde vogeltjes
Week 14
we
zingen liedjes die niet bestaan
voor het slapen gaan, oogjes dicht
neuriënd verdwaal ik in jouw droom
over een eend met drie kuikens die
peddelen aan lager wal, netjes opgetut
met 1 hand draai ik kleine pijpenkrullen in
de sliertjes aan de zijkant van je hoofd
na een geweldige maar veel te korte nacht
knipper ik verbaasd tegen het morgenlicht
de geur van verse broodjes opsnuivend
soppend met mijn beschuitje in je lauwe thee
luisteren we samen om zeventien over negen
naar het gebeier op paaszondagmorgen
verstrooien we de kruimels tussen de lakens
en kus ik gulzig op de wang van je natte dromen
met op de achtergrond de fluwelen muziek
van Johan Sebastian Bach die ieder huisje
zijn kruisje bezorgt, wippend op drie poten
naaien wij rode knopen aan een vilten hoed
Week 13
de
regen tovert magische cirkels
op het tot dan toe gladde wateroppervlak
stoepen glimmen als Swarovski kristal
het is feest in de straten zonder mensen
de lente bloesem dwarrelt als confetti
van de uitbundig pronkende naaktbloeiers
ze plakt op ramen en oranje brievenbussen
of spoelt via mini riviertjes in
de straatkolken
vanaf de 10de etage lijken plassen zwarte vlekken
als de tekening op de vacht van een luipaard
het is de gekoesterde illusie die ons bindt
een vluchtige kus geeft het eigenaardige
gevoel even vertrouwd intiem met je te zijn
kom schat, laten we gaan waar de vogels gaan
Week 12
stoer, met je hoofd in de wolken
land je op één been in het zwanenmeer
waar witte met zwarte paren
dikke mist verdoezelt de actie
rond peddelend als een mini treintje
zoeken ze naar een stootblok
kringen dijen uit naar de wal
waar ze in het niets oplossen
ze verbeelden het echte leven
vriendjes pikken vriendinnetjes
jassen verbergen de schaamte
magen goed gevuld, dempen lust
de brievenbus grijnst uitdagend
hongerig happend naar je love letter
gekrabbeld in onleesbare tekens
in bed trek je de lakens over je kop
de dag begint vandaag later
Week 12 (2)
de
liefde rust op het kussen
terwijl de nachtvorst op schaatsen
langs reeds gesloten luiken krast
de lust in zijn rugzak meevoerend
op trektocht langs verliefden
op het nachtkasje de oude pick-up
die over zijn toeren, met een naald
melodieën krast uit zwart vinyl
herinneringen steken de kop op
en zoeken hun weg in het duister
rozig kleurt haar huid de lente
lust mengt zich met haar parfum
zweet vangt moeiteloos gedachten
Week12 (3)
een kus geprint op linnen
rode sokken in de witte was
van jou raak ik buiten zinnen
poets vette lipstick van het glas
de
mysterieuze geur van je pyjama
mijn bretels zitten danig in de knoop
de te korte broeken mode is een drama
een geile knipoog is waar ik op hoop
flamingo's dansen de Macarena
zandkorrels maken ziende blind
string, hipster, of tent van de Hema
de weg is lang ik zoek het lint
Week 11
de
voortrollende dagen zijn zwart-wit gekleurd
schaamteloos volgepropt met fluwelen schoonheid
oppervlakte spiegelingen vang je af met een fijne zeef
slurpend neem je je roes die slinkend krimpt tot niets
de angst je te moeten verliezen knijpt mijn hart ineen
het verleden is verleden, altijd zal ik van je houden
met ogen wijd open gesperd loerend in de toekomst
feest en pijn wisselen elkaar af zonder veel woorden
je spoor in het bedauwde gras vervliegt door de zon
die me met haar alles overtreffende knipoog verleidt
ik ga op zoek naar vrienden om te toasten en te huilen
de dagen vol verliefdheden kleuren van zwart naar wit
schaamteloos overmoedig toont ze haar schoonheid
Week 10
dit is zo’n dag waarop niets gebeurd
berustend zittend in de voorkamer
zachtjes lurkend aan een bak hete koffie
onnadenkend kruimelend met de cake
zo'n dag waarop eigenlijk niets gebeurt
niets ziend piegend door de vitrage
de wereld berustend in je opnemend
dwalend over een blinde grijze muur
voeten in pantoffels die schuifelen als
verdwaalde nachtbrakers over glad ijs
je zet de oeverloze gedachten even stil
alleen het brommen van de versterker
die wacht op nieuwe impulsen zoemt
krom loop je schuifelend langs het raam
veranderende schoonheid in het zwart
gekleed met een bibberige getrokken
fel rode kringel rond je mompelende mond
heerlijk zo'n dag waarop niets gebeurt
waar is in de late namiddag zon geniet van
warme chocolademelk met een slagroom
waaruit de alcohol langzaam verdampt en
je berustend toeziet hoe de lange vinger
voortijdig je gulp op zoekt, voor je hem
soppend tussen je lippen kan brengen
echt zo’n heerlijke dag waarop niets gebeurt
Week 9
voel de omhelzing van de zondagmorgen
luisterend naar de stilte van voor Metallica
verschillende werelden die elkaar kruisen
als zwaluwen in het zwoele avondlicht
t'is Bach die fluisterend in je oren klimt
de stilte omvormt tot hemelse poëzie
de haren in je oren krullen frivool op tot
ouderwets permanent jubelende violen
traag sjokkend dans je langs het raam
in het al reeds opwarmende zonlicht
vervoering maakt plaats voor extase
in een grijze afzakkende joggingbroek
met haren die gekamd zijn door een rotje
ervaar je Haydn en Satie als muziek, maar
is Bach met stip de huiscomponist der goden
hij neemt je, beschuitkruimels strooiend
als kunstmest, in het zondagochtend licht
Week 8
er
gaat een wereld voor me open
als ik me beweeg langs rafelige randen
balancerend op het snijvlak der dingen
ik creëer ruimte en adem heel diep in
een onverwachte glimlach maakt me blij
met de schaar knip ik ongenode vragen
in overzichtelijke behapbare brokken
met klittenband plak ik de aanstormende
gedachten vast in een geïsoleerde cel
de tijd verloopt mij niet traag genoeg
dat onderdrukt mijn geïrriteerde gevoelens
prikkelbaar soms, als de stoppels op mijn kin
vol ga ik soms bewust boven op de rem staan
met het risico dat de motor onverhoeds afslaat
geldt hier voor ook de wegsleepregeling?
Week 7
leeg, leger, leegst
de ochtendmist kietelt het natte gras
de lente zit er onder verscholen
polderen langs onzichtbare sloten
geluiden gedempt door waterstof
poezelig als uitgebloeid katoen
leeg, leger, leegst
mijn hoofd neemt weer op
diep inademen en weer uitblazen
tussen stijf op elkaar geklemde kaken
leeg het hoofd, de buik de zak
borrelend laadt de accu weer op
leeg, leger, leegst, vol, voller, volst
Week 6
jongleren met de werkelijkheid
dampende stamppot met rookworst
een koningsmaal zonder lakeien
voorafje en toetje in één gerecht
Lucebert verwoord
fotografische
gedichten op zijn schilderijen
kleurrijk voorbijgaand modernisme
speldenprikken in de duisternis
vormen mini lichtbundels, ze
projecteren beelden
op je netvlies
het helaas der dingen houdt
de begeerte binnen handbereik
het zet een bijzonder licht op de
vertraagde videobeelden die
de onzichtbaar intimiteit stelen
jongleren met de werkelijkheid
Week 5
tijdmachines voorzien van lichtvoetige kanten
prikkelen je fantasie met wolkenloze uitzichten
uitbundig jubelend als een ballonvaardersgezelschap
dat stevig blowend in hogere sferen vertoeft
drijft de rammelende tijdmachine stroef schuifelend
op vrijersvoeten
langzaam maar zeker van de radar
je gaat wanhopig op zoek naar liefdevolle thermiek
waarin je kolkend stijgt naar eenzame hoogte
in gezelschap van een levenslustige concubine
duik je proestend in de zachte roze wolken
inhalig snuivend aan de zoete geur van liefde
blind loop je flierefluitend met je hoofd in de wolken
en trek je zachtjes aan het kortste eind van de dag
Week 4
ze
kucht net iets te hard
blikken kruisen, niets zeggend
tocht is de enige beweging
het glas rode wijn walst zwierig
rond op één poot, geluidloos
haar ondeugende lach trekt
de zuurstof in de veenbrand
het gesprek gaat nergens over
pootje haken op glad ijs
ze kreunt net iets te hard
Week 3
ik
hoor je, .... voel je
je loopt op hoge hakken
rondjes in mijn hoofd
ik slaap waar jij ooit sliep
ik ga waar jij ooit ging
ik weet niet of
je me nog liefhebt
ik droomde je
hoorde je, voelde je
stiletto hakken prikken
draaiorgelboeken
in mijn hoofd
regels vormen hoofdstukken
dwars door mijn gedachten
leermomenten zetten punten
daar waar ze eigenlijk niet horen
weet je liefste,
niet elke dag
is een wankele stap vooruit
evenwichtig balancerend
voel ik dat je me steeds liefhebt
in uren van eenzaamheid
Week 2
de lokale reiziger op zoek
naar het onbekend verborgene
ontdekt een roze kanten bloempje
dat de uitpuilende cups verbindt
het roept een beklemmende stilte
op die hen beiden magnetiseert
de "eenvoudige"
verpakking
trekt eigenlijk meer aandacht
dan het in werkelijkheid verdient
ronddobberend in verborgen twijfel
komt het elektrisch geladen deel
onverhoeds stotterend tot leven
wat een heftig onweer veroorzaakt
gevolgd door een koude douche
tropentijd aan de Noordpool
|